Gele koorts

Het was zaterdagavond. De nacht was helder, de hemel vol sterren. Boven de boomkruinen langs de snelweg doemden de lichtjes van de hoge gebouwen van het business district op. 

Valerie glimlachte. Terwijl de taxi het centrum naderde, gleed haar hand over haar reistas. Een dag eerder dan gepland kwam ze thuis van haar relaxweek op Koh Samui in Thailand. Ze was met Sabine gegaan, een van haar beste expat-vriendinnen in Singapore. Toen Sabine met het voorstel kwam en ze twijfelde, had haar man Joost er zelfs op aangedrongen. ‘Het is goed voor je, Valerietje, je hebt zo hard gewerkt, je verdient het. Ga lekker met Sabine mee, dat weekje krijg je van mij. Ik kan ook wel wat rust en ruimte gebruiken.’ Dit was zo typisch Joost.
Maar op een van de laatste dagen had Sabines dochtertje hoge koorts gekregen. Ze had het een dag aangekeken, maar wilde toen de koorts toenam per se naar huis, want haar man was op reis. Haar zieke kind alleen achterlaten bij een maid durfde ze niet, ondanks de hulp van andere Nederlandse moeders in de buurt. Aanvankelijk had Sabine bij Valerie aangedrongen die laatste dag nog te blijven, maar Valerie wilde daar niets van weten en had de tickets omgeboekt. Ze had Joost die ochtend nog even gesproken en niks gezegd om hem te verrassen. Ze had vervolgens naar zijn plannen voor de avond geïnformeerd. Hij zou het rustig aan doen. Even langs de rivier een hapje eten bij de Thai, een paar afleveringen van House of Cards kijken en naar bed. Hij was moe van zijn zakenreis naar San Francisco en Hong Kong.

Valerie stond met haar reistas in de hal van hun royale driekamerappartement aan de rivier met al haar bars en restaurants. Hun huis zag er donker en verlaten uit. Binnen was het vochtig benauwd, de deuren en ramen waren gesloten. Het rook muf. Ze zette haar tas op de dekenkist en sloop op haar tenen door naar de slaapkamer.
‘Liefje, niet schrikken, ik ben het,’ fluisterde ze met de klink in haar hand. Toen ze niks hoorde en het licht aanknipte zag ze een leeg, onopgemaakt bed. Een gevoel van teleurstelling kon ze niet onderdrukken. Zijn hoofdkussen lag op een prop. Natuurlijk, een van hun vrienden had Joost gebeld en hem uitgenodigd, schoot het door haar hoofd. Dat ging hier zo, de weekenden bracht je meestal niet in je uppie door. Ze liep terug over de marmeren vloer door het huis, knipte overal de lichten aan en zette de airco aan. Op de kersenhouten eettafel hadden kaarsjes gebrand en toen Valerie de keuken in liep om uit de ijskast een fles bubbelwater te pakken. Op het aanrecht lag een lege champagnehoes. Die fles had ze pas nog voor haar verjaardag gekregen van haar vrienden, met een prachtige roestvrijstalen koeler erbij. Ze opende de ijskast, maar zag nergens de fles champagne. Ze vond het maar vreemd en opende de vaatwasser, maar die was leeg, net als de prullenbak. Ze liep de kamer in en schoof de pui naar het balkon open. De lampjes van het zwembad brandden. Een fanatiekeling trok baantjes door het azuurblauwe water. Valerie keek om zich heen. Ook op tafel waren geen glazen te bekennen. Ze haalde haar schouders op. Hij had die fles natuurlijk meegenomen omdat er niks anders in huis was.
Net toen ze naar binnen wilde lopen zag ze naast de loungebank een plastic bekertje op de grond staan. Valerie bukte. Een bittere geur steeg er uit op. In een laagje bruinig water dobberden sigarettenpeuken. ‘Godver,’ vloekte ze. ‘Sinds wanneer rook jij weer stiekem Joost Wolfkamp?’
Net toen ze hem wilde bellen om uit te zoeken waar hij uithing, bedacht ze zich. Onrustig tippelde ze de woonkamer heen en weer. Nee, niet zo gek doen, zei ze tegen zichzelf, je weet hoe mannen zijn. Dan kunnen ze geen fles wijn vinden en dan nemen ze mee wat voor handen is. Gewoontegetrouw schoof ze de stoel recht, tegen het bureau aan waar zijn computer op stond. Het scherm lichtte op. Naast de pc slingerden wat bankafschriften. Ze keek ernaar, wilde naar haar koffer lopen om die uit te pakken, maar draaide zich weer om. Nonchalant bladerde ze door het stapeltje afschriften. Bij een bedrag van vierenhalfduizend Singaporese dollar bleven haar ogen hangen. Een afschrijving op 27 januari. Shangri-La Hotel, Boracay. Filipijnen. Valerie dacht na. 27 Januari? Dat was een zondag, dat wist ze nog heel goed, omdat ze twee maanden geleden dat weekend nog in Nederland zat voor haar werk. H̬? Was hij dat weekend na zijn werk in de Filipijnen gebleven? Onrust bekroop haar. Na alle afschriften te hebben bestudeerd boog ze over de stoel, klikte met de muis op zijn Outlook en scrolde door de priv̩mails en reclame. Bekende namen van vrienden en familie gleden vluchtig voorbij, totdat ze op een mail van booking.com stuitte met als onderwerp: YOUR BOOKING AT HOTEL W SINGAPORE РSENTOSA COVE. Ze dubbelklikte en haar lichaam werd warm en koud tegelijk. Ze staarde naar de letters. YOUR RESERVATION: 3 NIGHTS, 1 SUITE, 2 PERSONS. CHECK-IN: THURSDAY, 4 APRIL 2013 РCHECK-OUT: SUNDAY 7 APRIL 2013. Dat was morgen! Valerie herlas de mail, alsof ze niet kon geloven wat er stond. Ze staarde naar het scherm en vocht tegen haar tranen. Haar handen trilden. Al die tijd had ze gebogen naar het scherm getuurd, maar nu moest ze gaan zitten. Het liefst was ze met stoel en al tien verdiepingen naar beneden gestort. Haar ellebogen steunden op het bureaublad. Allerlei vragen spookten door haar hoofd. Waarom? Wanneer had hij ineens die weegschaal gekocht en was hij als een dolle aan het sporten geslagen? Wie o wie? Was het soms die blonde waar hij op het oud en nieuw-feest een tijdje mee had staan praten en gedanst? Of die donkere advocate, dat geraffineerde loeder dat zogenaamd de brave moeder uithing? Met een ruk schoof ze haar stoel naar achteren. Ze pakte de afschriften en controleerde opnieuw het banksaldo. Valerie wist ineens wat haar te doen stond. Ze lachte nerveus.

Met een kloppend hart en rode konen stond Valerie voor de ingang van Hotel W, één van de meest luxe en trendy designhotels die ze kende. Wat een geld, drieënhalfduizend dollar voor drie nachten!
Ze stopte nog een pluk van haar lange blonde haren onder haar hoedje en schoof een nepbril hoger op haar neus. Eerst moest ze zien te achterhalen of Joost niet ergens aan een bar hing, in de lounge of het restaurant. Quasinonchalant stapte ze naar binnen, terwijl ze nauwlettend de omgeving in de gaten hield. Op haar adrenaline kon een Cadillac rijden.
In de hippe kobalt verlichte W lounge, waar een dj draaide, zat hij in ieder geval niet. Van achter een pilaar scanden haar ogen de ruimte. Door zijn lengte en krullenbos viel Joost altijd onmiddellijk op tussen de Aziaten. Hij was ook niet te bekennen in het vrijwel lege restaurant waar ze voorzichtig om de hoek naar binnen keek.
Op naar de WOO Bar.
Toen Valerie door de dikke, houten wand met uitsparingen in de vorm van orchideeën naar de bar gluurde, stokte haar adem. Daar zat Joost, op een kruk aan de bar, champagne te drinken, te lachen, terwijl zijn hand schaamteloos over een zeer kortgerokt bovenbeen omhoog gleed. De rest van de wereld leek niet voor hem te bestaan. Ze beheerste zich, maar het liefst was ze op hem afgestapt om hem een ongelooflijke klap in zijn gezicht te geven. Ondertussen kirde het jonge, opgedirkte Aziatische poppetje naast Joost, toen ze uit de cadeauverpakking een Louis Vuitton tas toverde. Vol ongeloof en walging, maar ook met pijn in haar hart, observeerde ze het zogenaamd verliefde stel. De Filipijnse vloog hem om zijn nek. Joost drukte het meisje tegen zich aan met zijn hand op haar bil. De man naar wie Valerie keek was niet haar man, maar een Alpha man met gele koorts op de apenrots. Hoe vaak had ze niet gehoord dat huwelijken kapot gingen omdat de expat-mannen werden verblind door macht, geld en vrouwen? Ze had zich suf gepiekerd met wie Joost nu een affaire had, maar heel veel verder dan een collega, een blonde vrouw uit het Reservaat, en die donkere advocate, was Valerie niet gekomen. Joost schonk de laatste druppels champagne uit de fles. Valerie bedacht zich geen seconde en liep snel naar de receptie.
‘Ik wil mijn man verrassen,’ glimlachte ze. Meteen legde ze de print van de boeking en haar ID-kaart op de balie, om misverstanden te voorkomen. ‘In welke kamer logeert hij?’ Ze sprak de woorden zo kalm mogelijk uit. De receptioniste tikte stoïcijns de achternaam Wolfkamp in.
‘Marvellous Suite, mem, the one on the 7th floor.’ Ze gaf Valerie de sleutelkaart en wees naar de rood gedecoreerde liften. Beheerst liep Valerie naar de lift. De liftdeuren sloten zich, net als haar ogen en ze haalde diep adem. ‘Loser,’ mompelde ze.
Valerie ijsbeerde de Marvellous Suite op en neer. Het uitzicht op de baai met de lichtjes van wachtende schepen en jachten voor de kust was prachtig, maar het ontging haar. Ze graaide in zijn opengeslagen koffer naast het bed en vond een strip Viagra. In de nepleren tas die op de witte loungebank lag, trof ze sexy lingerie, vijf verschillende soorten doosjes met condooms, pluchen handboeien, glijmiddeltjes en andere speeltjes aan. Ze schoof de gordijnen dicht en zette de pui naar het terras op een kier. Opnieuw ijsbeerde ze door de ruimte. Het wachten was begonnen.
Plots hoorde ze stemmen en gemor aan de deur. Valerie dook snel het terras op. De zware gordijnen vielen achter haar dicht, als bij een toneelvoorstelling.
Toen ze zeker wist dat er niets meer aan het toeval overgelaten kon worden, liep ze ijzig kalm het podium op en bleef bij het voeteneinde staan.
Valerie keek zwijgend en indringend.
Joost vloog overeind.
‘Jezus, Valerie wat doe jij hier?’ stamelde hij en hij duwde zijn Vietnamese poppetje opzij. ‘Schatje, ik kan het je uitleggen.’
‘Daar is het nu te laat voor, Joost.’ Valerie lachte koeltjes en wierp hem een document toe. ‘Je hangt.’
Niet veel later verliet ze met ferme passen het hotel. De koele zeewind blies door haar haren, terwijl ze de parkeerplaats op liep. Ze haalde diep adem en stapte een auto in.
Vanuit het donker klonk een zware mannenstem: ‘En, gelukt?’
Valerie grijnsde. ‘Ik hoop dat hij de hotelrekening nog kan betalen.’

 

Lees ook het korte verhaal: De vrouw uit Havana van Patricia Snel.